
“Het bankje van Adriaan Zwetsloot”
………………………………………………………………………………….
Op 7 juni 2026 werd er op het erf van Peelven 13 in Sterksel, in samenwerking met het Brabants Landschap, een robuuste robiniabank geplaatst ter herinnering aan de 100ste geboortedag van Adriaan Zwetsloot. Een stukje op sterksel.nu zou wel leuk zijn, vond zoon Gerrit.
In overleg met hem en de redactie kwam er, in plaats van een stukje, een heel verhaal van Adriaan en zijn bezigheden, van zijn echtgenote Toos en de kinderen, voornamelijk opgetekend door Adriaans zoon Gerrit.
Gerrit: “Adriaan was de oudste in een gezin van acht kinderen. Hij werd geboren in Hazerswoude- Rijndijk op 7 juni 1926. In 1929 verhuisde het gezin naar een Brabantse ontginningsboerderij: de Heezerhoeve. De vader van Adriaan overleed in 1943 toen Adriaan 17 was. Adriaan was de oudste terwijl de jongste op dat moment 1 jaar was. Adriaan kreeg de verantwoording over de boerderij, wat toen nog een gemengd bedrijf was, en voelde zich ook medeverantwoordelijk voor het gezin. De boerderij, die erg achteraf lag, heette “de Heezerhoeve” en lag in Heeze, maar was gericht op het dorp Aalst”..png)
Adriaan had geen gemakkelijke jeugd. Hij ervoer zijn kindertijd als best wel lastig. Het was de crisistijd in de jaren 30, nog voor de Tweede Wereldoorlog. Er was heel veel armoede. Adriaan: “Je kunt je er geen voorstelling van maken als je het niet meegemaakt hebt. Mijn vader is twee jaar ernstig ziek geweest voordat hij overleed. Ik had dus al heel jong veel verantwoording, voor de boerderij en het gezin waarin ik opgroeide en daarmee ook heel veel zorgen”.
Daarbij kwam nog dat ze in de oorlog onderduikers op de boerderij hadden. Enkele keren werd er door de Sicherheitssdienst een razzia gehouden. Gelukkig loodste mijn vader de onderduikers tijdig weg naar een zelf gegraven grondschuilhut in een nabijgelegen dennenbos. Zo werd hij ook een keer door een NSB-er, samen met zijn vriend Koolen, met het geweer in de rug ‘opgebracht’ naar het bureau van de Sicherheitsdienst toen ze op eigen land kievitseieren aan het zoeken waren. Die behoorden toe aan een Duitse Feldwebel, aldus de NSB-er. Maar mijn vader, die deze NSB-er kende, verzon een list en met twee zakken graan en een doos sigaren ‘kocht’ hij zijn vrijheid en die van zijn vriend terug. En zo waren er meer zeer hachelijke momenten. Huisvrienden en onderduikers overleefden de oorlog niet. En hier komt zijn uitspraak vandaan ”waar het er twee weten, is er een teveel”. Mijn vader zei dat zijn moeder een goede engelbewaarder heeft gehad in die tijd, maar hij ook!
Na de Landbouwschool heeft Adriaan de boerderij overgenomen. Adriaan: “Ik heb nog een jaar een knecht gehad waar ik heel veel van geleerd heb. Maar na een meningsverschil werd hij door mijn moeder ontslagen en stond ik er alleen voor. Ik heb tot mijn 32e gestudeerd en cursussen gevolgd op gebied van veeteelt en land- en tuinbouw. Ik heb 13 diploma’s gehaald. Mede hierdoor heb ik in veel besturen van vakorganisaties gezeten”.
Op 27 november 1951 trouwde Adriaan met ons mam, Toos van Dongen. Door hard te werken en elk dubbeltje om te draaien hielden ze het hoofd boven water. Er werden 8 kinderen geboren, waarvan er drie heel jong overleden: Corrie, André en Toos.
De gronden daar bestonden uit zeer slechte droge zand- en natte moergronden. “Mijn ouders zijn er straat- en straatarm op geworden” zei mijn vader regelmatig, Hij typeerde het zo: “In vijf jaren had je twee slechte jaren, twee matige jaren en een goed jaar, maar dat ene goede jaar kon die andere vier niet ongedaan maken”. Daarnaast zat de Heezerhoeve vol met ‘meutel’ en de verpachter wilde er geen geld aan besteden, dus werd uitgezien naar een andere boerderij. Achteraf bezien een geluk bij een ongeluk.
Zodoende werd er op 12 mei 1964 verhuisd naar Sterksel en daar hadden we, in plaats van een gemengd bedrijf, alleen melkvee. Het was in de tijd dat er meer boeren naar Sterksel kwamen, zoals Kerkers op het Peelven en Vos op het Turfven.
In Sterksel lagen meer kansen dan op de boerderij in Heeze maar: de boerderij en de bijbehorende weiden en akkers waren slecht onderhouden. Aan de ‘achterkant’ was de ontwatering helemaal dichtgeslibd. De vorige boer zei daarover “het Pilleke staat vaak onder water” en aan de ‘voorkant’ (nabij Providentia) was het ‘hult en bult’. Daar ”pofte en mouwde het vaak” volgens hem. Er lagen nog vennen in dus te nat, en hoge plekken dus te droog.
Deze akker werd het ossenkerkhof genoemd. De ossen die Sterksel mee ontgonnen hadden, kregen daar na hun dood hun laatste rustplaats. Er zijn daar nog de nodige botten boven geploegd. Deze akker werd vakkundig vlakker gelegd door de gele ondergrond te verplaatsen. Het natte ’Pilleke’ werd door mijn vader voorzien van een goede afwatering door de sloten weer in ere te herstellen. Dit laatste alles met de hand: dat was echt monnikenwerk.
Je zou kunnen zeggen dat de gronden bij de boerderij voor de 2e keer ontgonnen werden. Zijn motto paste daarbij goed: “Doe de dingen goed en niet half. Anders moet je het twee keer doen”.
Ook werd de boerderij qua stallen meteen helemaal vernieuwd. Zo waren we in Sterksel de eerste boer met een drijfmeststal en (enige tijd later) de tweede met een melktank. Dat paste helemaal bij het motto van mijn vader: ”regeren is vooruitzien”. Veel boeren kwamen hiernaar kijken om hun ideeën op te doen.
Met hard werken en doorzetten hebben ze dit dus om kunnen zetten naar een goede boerderij met prima gronden, waarop goede oogsten werden behaald. Adriaan liet zien wat voor vakman hij was. Wij als kinderen werkten ook hard mee op de boerderij, wat heel gebruikelijk was in die tijd. Kortom: in de jaren dat ze samen boerden, hebben ze er op het Peelven een prachtig bedrijf van gemaakt.
Gerrit: “Mijn moeder was een heel lief mens en op en top boerin. Zij heeft altijd met hart en ziel op de boerderij gewerkt. We hadden Maas- Rijn- en IJsselvee, met een hele mooie melkplas zoals dat gezegd werd. Hun stal was bekend om de kwaliteiten van de koeien. Daar was ze erg trots op. Het melken van die koeien behoorde tot haar dagelijks werk en dat kon ze veel beter dan pa zei ze, dus…. Maar ze vertelde mij ook dat zij nooit met tegenzin de koeien gemolken had. Dat is toch geweldig. Dit alles naast de zorg voor 5 kinderen en het huishouden. Klagen deed ze nooit”.
Onvermoeibaar haast. Maar toen ik mijn moeder eens vroeg waarom ze in de kerk tijdens de hoogmis regelmatig de ogen dicht deed zei ze: “Dat komt omdat het de enige plek is waar ik rust heb en niet hoef te denken aan wat ik allemaal nog moet doen”.
Toen mijn moeder in 1985 een hartinfarct kreeg, werd het melkquotum verkocht. Van het Brabants Landschap mochten ze op de boerderij blijven wonen. Maar inmiddels hadden eind jaren ’70 de Lakenvelders hun intrede al gedaan op het Peelven.
Adriaan: “Met mijn bestuurlijke kwaliteiten en inzicht in vererving en fokprogramma’s voor rundvee, heb ik in de Lakenvelder fokkersclub mijn talenten kunnen toepassen en samen met anderen een oudhollands runderras succesvol terug op de kaart kunnen zetten. Ook het Lakenvelderstamboek werd na hard werken in ere hersteld. Achteraf kun je zeggen dat op vakgebied dit mijn meest mooie periode is geweest. Het was een mooi gezicht om de Lakenvelders in de wei voor de boerderij te zien lopen. Ze waren wijd en zijd bekend. Behalve in Flevoland liepen er in alle andere provincies Lakenvelders die van het Peelven afkwamen. Daar ben ik trots op. Veel voorbijgangers stonden langere tijd stil om zo te genieten van de Lakenvelderkoeien en kalfjes. Het was een van de grootste lakenvelder kuddes in Nederland met zo’n 25 stuks. De Lakenvelder, van oorsprong een pronkrund van de adel op hun landgoederen, kreeg vroeger zo de bijnaam parkrund of kasteelrund. En zeg nou zelf: de Lakenvelder is toch een lust voor het oog”.
Omdat Toos ondertussen steeds meer zorg nodig had, nam Adriaan na zo’n 25 jaar op zijn 78e afscheid van zijn Lakenvelders. Mijn moeder leerde Adriaan toen koken en zo werd hij ook ‘zorgboer’.
Maar ondertussen had hij wel voor een andere hobby gezorgd. Dat was de wijngaard en hij deed dit ook met grote passie. Hij was er trots op dat hij in dit wisselend klimaat wijn wist te maken. In zijn topjaren bottelde hij zo’n 300 flessen Sterkselse wijn. Hij noemde zijn wijngaard “Nooitgedacht”, omdat dit altijd wel een stille wens was geweest, maar hij nooit gedacht had dat het er ooit van zou komen.
Na een val van Adriaan en revalidatie in 2020 werd er gaandeweg meer zorg om hem heen geregeld, waardoor hij zo lang mogelijk op de boerderij kon blijven wonen. Daar genoot hij dagelijks van, ook al was het er vaak stil, maar juist daarvan kon hij intens genieten. Zijn grote zorgen waren voorbij en dat gaf hem heel veel rust. Zo kon hij op een mooie zomermiddag uren op het bankje bij de bloemen zitten. Later ook vaak met zijn ogen dicht. Lezen en onder zijn afdakje zitten en uitkijken over het mooie Peelven was een van zijn favoriete bezigheden.
De laatste jaren van zijn leven stonden dan ook in het teken van rust en van genieten van de natuur.
Hij woonde immers in “De Heerlijkheid Sterksel, een Zaligheid apart”.
Menig voorbijganger maakte een praatje met Adriaan. Buurten kon hij als geen ander. Hij gebruikte zijn kennis van de Nederlandse taal en zijn brede kennis op allerhande gebied om gesprekken te verdiepen. Hij was serieus maar humor had hij ook. De grappen en grollen had hij voor het oprapen en zo kon hij je ook vaak verrassen met allerhande uitspraken en gezegdes.
Adriaan heeft altijd veel gelezen en hield hij nog allerhande vakliteratuur bij. Hij is altijd sterk geïnteresseerd gebleven in landbouw, veeteelt, de natuur en in geschiedenis. Historie van dorpen en streken, vooral in Noord-Brabant boeide hem in het bijzonder en had daar ook mooie boeken van. Deze kennis deelde hij graag met anderen, was daarbij scherp op de Nederlandse taal en goed in woordspelingen. Dat hij goed kon toneelspelen kwam hem daarbij prima van pas. Als het woord gericht moest worden over iets of aan iemand werd hij vanwege deze kwaliteiten vaak gevraagd.
Met een lach op zijn gezicht noemde hij zich
“Burgemeester van Nergenshuizen, in de Heerlijkheid Sterksel, een Zaligheid apart”.
Zijn vak heeft hij altijd met plezier uitgeoefend. Inschatten waar kansen liggen, daar ging het om. Er waren moeilijke tijden en tegenslagen, maar met hard werken, doorgaan en vooral de moed niet verliezen, hebben Adriaan en Toos het gered. .png)
Adriaan was ook fan van lekker eten, waaronder pannenkoeken en een stukje gebak bij de koffie. Hij hield van draaiorgel- en klassieke muziek. Voor De Barbier van Sevilla van Pavarotti mochten ze hem ’s nachts wakker maken.
Op 31-08-2008 overleed Toos op 85-jarige leeftijd. Samen hebben Adriaan en Toos het gezin gerund en de boerderij gedaan. Heel hard werken, de schouders eronder zetten en trots zijn op datgene wat ze bereikt hadden. Maar daar paste hun ook bescheidenheid want dat werd niet aan de grote klok gehangen.
Dat was een hele verandering natuurlijk, maar gaandeweg vond Adriaan zijn draai weer. Hij vond dat zijn kinderen altijd goed voor hem gezorgd hebben. Joke, Agaath, Gerrit, Ria, en op afstand Adri in Frankrijk, regelden alles voor hem. Joke, de oudste, is helaas op 22 januari 2021 te vroeg overleden.
Hij was trots dat hij 97 jaar lang bijna geen dokter en medicijnen nodig heeft gehad. Niet al zijn wensen gingen in vervulling. Zo zou hij graag eens in een echte zeppelin vliegen. Maar het bleef bij een aantal ballonvaarten en dat was een goed alternatief.
Zorgverleners deden hun intrede op de boerderij. Adriaan was altijd vriendelijk en blij met alle hulp, in het bijzonder die van Thuiszijn van Monique Smits uit Leenderstrijp. Tot het laatst toe ging Adriaan naar hun dagbeleving. Hij was in staat om het gesprek steeds levendig te houden en ook dan werd er heel wat afgelachen. Iedereen had heel graag met Adriaan te doen.
Hij zou graag 104 jaar geworden zijn, net als zijn moeder, maar alles ging niet meer zo gemakkelijk.
Adriaan zei: “Ik onthoud dingen slechter en kan niet alles meer overzien. Lopen gaat me moeilijk af en ik ben bang om te vallen. Ik had graag op het Peelven blijven wonen, maar het is verstandig om nu naar een zorginstelling te gaan. Ik hoop daar goede zorg en de juiste aandacht te krijgen, zodat ik er me snel thuis zal voelen en mijn draai kan vinden. Daar maak ik me nu wel zorgen over. Het is toch een hele grote verandering die nu op me afkomt!”
Het laatste half jaartje werd inderdaad niet ‘zijn beste tijd’. Vergeetachtig was Adriaan wel, maar geestelijk was hij nog in orde en diepte hij uit de oude doos het ene na het andere verhaal op. Zijn humor heeft hij er gelukkig nooit verloren. Zo kon hij in het Leenderhof iedereen blijven boeien.
Na een bezoek aan Adriaan sloot hij altijd af met:
“De groeten aan het thuisfront, dan ben ik niemand vergeten”.
Op 5 maart 2024 overleed Adriaan.
We nodigen iedereen uit om regelmatig op het bankje bij de boerderij te gaan zitten, lekker kletsend, daarbij uitkijkend over het “ossenkerkhof” en genietend van de stilte en de natuur.
.png)

.jpg)
Ik heb er van genoten !
Ik ben jarenlang 2x per week de hulp geweest via de thuiszorg, ook nog toen jullie Mam nog leefde.
Was altijd een genot om naar zijn verhalen te luisteren. Een prachtige man.