Dolf Lommerse

Uit Wiki
(Verschil tussen bewerkingen)
Ga naar: navigatie, zoeken
k
 
Regel 3: Regel 3:
 
14 februari 2013
 
14 februari 2013
  
Mijn vader is geboren in ter Aar, in Zuid Holland, en op een gegeven moment zijn ze verhuisd omdat ze daar het boerenbedrijf waarschijnlijk niet meer konden runnen. <br>Ze zijn toen naar Huissen, op de Veluwe dicht bij Arnhem gegaan. Daar was nog pachtgrond en heeft de familie Lommerse een bedrijf gepacht. In Zuid Holland hadden ze een eigen bedrijf denk ik, maar zeker weet ik dat niet.
+
<big>Mijn vader is geboren in ter Aar, in Zuid Holland, en op een gegeven moment zijn ze verhuisd omdat ze daar het boerenbedrijf waarschijnlijk niet meer konden runnen. <br>Ze zijn toen naar Huissen, op de Veluwe dicht bij Arnhem gegaan.<br> Daar was nog pachtgrond en heeft de familie Lommerse een bedrijf gepacht. In Zuid Holland hadden ze een eigen bedrijf denk ik, maar zeker weet ik dat niet.
<br>Het was een groot gezin met twaalf kinderen. De oudste zoon is gaan studeren en daarna priester geworden. Daarom is hij een beetje de persoon die naast een stel broers het bedrijf voerde.
+
<br>Het was een groot gezin met twaalf kinderen. De oudste zoon is gaan studeren en daarna priester geworden. <br>Daarom is hij een beetje de persoon die naast een stel broers het bedrijf voerde.
<br>In die tijd was het nog de gewoonte dat vaders op een bepaalde leeftijd zelf niet veel meer werkten, maar dat aan de kinderen over liet. Bij veel boeren was dat gebruikelijk, tenminste als ze kinderen hadden.  
+
<br>In die tijd was het nog de gewoonte dat vaders op een bepaalde leeftijd zelf niet veel meer werkten, maar dat aan de kinderen over liet.<br> Bij veel boeren was dat gebruikelijk, tenminste als ze kinderen hadden.  
 
Niet dat ze het bedrijf overnamen, maar als er zonen waren probeerde hij het bedrijf nog wel leiding te geven, maar hard werken deden die mannen over het algemeen niet meer.
 
Niet dat ze het bedrijf overnamen, maar als er zonen waren probeerde hij het bedrijf nog wel leiding te geven, maar hard werken deden die mannen over het algemeen niet meer.
 
<br>In veel Brabantse bedrijven was dat anders omdat dat gewoon noodzakelijk was.
 
<br>In veel Brabantse bedrijven was dat anders omdat dat gewoon noodzakelijk was.

Huidige versie van 13 jan 2017 om 18:29

Interview met Dolf Lommerse Door Cor van Lierop. 14 februari 2013

Mijn vader is geboren in ter Aar, in Zuid Holland, en op een gegeven moment zijn ze verhuisd omdat ze daar het boerenbedrijf waarschijnlijk niet meer konden runnen.
Ze zijn toen naar Huissen, op de Veluwe dicht bij Arnhem gegaan.
Daar was nog pachtgrond en heeft de familie Lommerse een bedrijf gepacht. In Zuid Holland hadden ze een eigen bedrijf denk ik, maar zeker weet ik dat niet.
Het was een groot gezin met twaalf kinderen. De oudste zoon is gaan studeren en daarna priester geworden.
Daarom is hij een beetje de persoon die naast een stel broers het bedrijf voerde.
In die tijd was het nog de gewoonte dat vaders op een bepaalde leeftijd zelf niet veel meer werkten, maar dat aan de kinderen over liet.
Bij veel boeren was dat gebruikelijk, tenminste als ze kinderen hadden. Niet dat ze het bedrijf overnamen, maar als er zonen waren probeerde hij het bedrijf nog wel leiding te geven, maar hard werken deden die mannen over het algemeen niet meer.
In veel Brabantse bedrijven was dat anders omdat dat gewoon noodzakelijk was. Mijn vader kreeg verkering met mijn moeder, die aan de dijk, aan de Rijn in Malburgen, dat is tegenwoordig Arnhem, woonde. Hij zocht grond in de Betuwe, maar daar was niet veel meer te krijgen. Er was nog wel wat kleigrond, heel goede grond, maar veel duurder dan de grond hier in Brabant. Belangstelling genoeg.
Hij kwam er achter dat hier in Sterksel grond te koop was, of te huur, want de "Maatschappij" verhuurde ook gronden en daar is hij dus naartoe gegaan. In 1922 is hij hier aangekomen en pachtte van de "Maatschappij". Nee! Hij bouwde eerst dit huis. Dat is in 1922 - 23 klaargekomen.
Dat heeft hij zelfs nog met een premie gebouwd, want na de 1e Wereldoorlog werden er ook premies gegeven voor de bouw van huizen, een soort van kleine subsidies. De woningen waren toen nog duur. Zo vlak na de 1e Wereldoorlog was het een vrij dure periode. De premie was gewoon voor burgerhuizen. Dit was aanvankelijk ook een burgerhuis.
Om voor de premie in aanmerking te komen moesten de huizen een bepaalde inhoud hebben. Ze mochten in elk geval niet te groot zijn en onder een bepaalde prijs blijven. Ik geloof dat het huis toen voor 12.000 gulden gebouwd is en daar kreeg je dan 1.500 gulden subsidie op. Enigszins vergelijkbaar met de latere "Bogaers" woningen, de premie-A en premie-B woningen.
Daar stond een grote boerderij, de zelfde als waar jij in woont(Germinahof) en daar huurde hij de helft van. En de gronden, zo'n 30 hectaren, lagen voornamelijk aan die kant van de weg en gedeeltelijk aan deze kant. Die 30 hectaren moesten aan die kant nog gedeeltelijk ontgonnen worden.
De oude heer Polleman is met hem mee gekomen als zijn werknemer en woonde in het huisje hier tegenover waarvan hij de helft gehuurd had, waar nu de familie Beenders al lang gewoond heeft. Dat was toen een woning voor twee gezinnen.
Maar toen de "Maatschappij" failliet ging had mijn vader geen of weinig geld. Hij moest toen grond kopen en heeft aan deze kant, waar de woning stond, 10 hectaren gekocht.
Het bedrijf werd dus een stuk kleiner, hij kon niet meer betalen dan deze 10 hectaren. De stal hierachter heeft hij later door de heer Vertogen uit Heeze erbij laten bouwen, het huis stond er al. De aanvang hier, en vooral de moeilijke jaren die erop volgde was het hier vrij goed boeren, maar de grond was slecht. Ja, en in 1930 begon de grote crisis.
In feite was dit een van de kleine bedrijven in Sterksel. Als je het gemiddelde Brabantse platteland bekijkt waren er toen veel kleine bedrijven en was 10 hectaren al een redelijke grootte. Hier in Sterksel was het in verhouding een klein bedrijf.
Mijn vader en moeder hebben acht kinderen gekregen en ja, na verloop van jaren werd het werk door de kinderen gedaan. Mijn vader was vooral goed op administratief gebied. Hij was lid van, niet de KVP, maar toen nog de "Katholieke Staats Partij". Daar was hij penningmeester van, eigenlijk secretaris-penningmeester en ook was hij koorzanger. Ook is hij secretaris-penningmeester geweest van de paardenverzekering.
Die was er destijds ook en is er ook heel lang nog gebleven. Dat was een onderlingen verzekering. De mensen moesten een premie betalen en de paarden werden twee keer per jaar geschat. Van de premies werd eventueel een paard betaald wat dood ging of afgevoerd moest worden naar het slachthuis.
De hoogte van de bijdrage, de contributie, werd ieder jaar vastgesteld afhankelijk van de schade, maar daar zat gewoonlijk niet zoveel verandering in.

In de oorlog had je de voedselvoorziening en er moest nauwlettend op worden toegezien, dat waren Duitse reglementen. Een gedeelte van het gedorste graan en van het geslachte varken moest geleverd worden aan de bezetter.
Dat was een maatregel van de bezetter, maar toch ook met instemming van Nederlandse politici, een stukje overheid zeg maar. Men had in de gaten dat anders de voedselvoorziening in de steden een ernstig probleem zou kunnen vormen. Het was niet voor de Duitsers zelf, maar voor de bevolking al ging een gedeelte van het voedsel natuurlijk ook wel naar Duitsland.
Duitsland was een tamelijk agrarisch land er er was aan ons graan nauwelijks behoefte. Mijn vader heeft dat enkele jaren gedaan, ook nog een paar jaar na de oorlog. Ook toen was de situatie erg moeilijk. Hij ging dan de mensen af en als er gedorst werd was hij erbij.
Ik heb later nog brieven gekregen van mensen die me vertelden "jouw pa liet ons toch wel een aantal zakken graan verbergen voor eigen gebruik of eventueel als "ruilartikel".

Het deel wat ze af moesten staan was afhankelijk van de totale opbrengst en daar werd een beetje mee geschoven, en dat was ook nodig. Daar waren de mensen ook erkentelijk voor. Begrijpelijk! Voor wat ze aan die Duitsers of aan de overheid moesten leveren kregen ze maar een klein prijsje en er kwamen ook veel mensen van buiten, van Eindhoven en Geldrop naar Sterksel om te proberen wat voedsel te krijgen.

Daar gingen niet alle boeren goed mee om, er werden vaak, door sommige boeren, laat ik het zo zeggen, en dat was niet alleen in Sterksel, maar dat was overal, te hoge prijzen voor gevraagd. Door de meeste mensen gebeurde dat echter niet, dat moet ook gezegd worden. Van de oorlog zelf herinner ik me, en dat is een van de eerste herinneringen van de oorlog die drie dagen voor Pinksteren uitbrak:
Op 1e Pinksterdag 's morgens kwamen twee Nederlandse militairen die op de vlucht waren, die jongens hadden niets gedaan als vluchten, vanaf de Maaslinie tot hier hadden ze aan een stuk gelopen. Misschien hadden ze wel groot gelijk, want ze kwamen met allerlei verhalen van de Duitsers. Tegen de Duitsers hadden ze niets in te brengen.
Mijn ouders hebben die mannen wat oude kleren aangegeven en mijn vader heeft de uniformen in de gierput gegooid. Die jongens waren bang, want de Duitsers waren in de directe omgeving. Die zelfde Pinkstermorgen zijn de Duitsers ergens drie Nederlandse militairen tegen gekomen.
Daar zijn de graven van, achter op de Vlaamse weg in de bocht waar het gedenkteken staat. Sommigen zeggen dat de militairen zich verzet hebben en geschoten hebben, maar anderen zeggen: "Ze zijn zomaar zonder enige...........", maar goed, daar weet niemand iets van.
Of ze zijn gedood in gevecht of gefusilleerd, overhoop geschoten. Toen kwamen 's morgens al vroeg, het was onder de vroegmis, en de vroegmis begon al om 7 uur in de zomer, en in de winter een half uur later, kwamen die Duitsers hier en vroegen of wij Nederlandse militairen hadden gezien, of verborgen hadden.
Mijn vader was naar de kerk en mijn moeder zij nee, nee. Ze hadden geweren met bajonetten en staken daarmee onder de bedden door.
Ze zochten het huis dus af en de Nederlandse militairen liepen hier rond met een koffiekan en vroegen of ze koffie wilden. Ze hadden nergens erg in, of deden alsof ze nergens erg in hadden, dat weet ik niet hoor. Een van die jongens kwam dacht ik uit Moergestel en de ander nog iets verder weg.
's Middags zijn ze weer gaan wandelen. Die hebben dus een week niets gedaan dan alleen maar gewandeld. Mijn verdere herinneringen aan de oorlog is dat er in Sterksel heel weinig is gebeurd.
Wij hadden die we in moesten leveren, maar dat hadden we niet gedaan. In plaats daarvan hadden we een heel oud ding ingeleverd, dat deden heel veel mensen. We luisterden iedere dag naar "Radio Oranje" in Londen en waren daarom goed op de hoogte.
Hierachter, en dat moet ik ook even vertellen, had de heer Elias van een Joodse familie uit Eindhoven 250-300 hectaren grond gekocht toen de "Maatschappij" failliet ging. Daar hebben ze bossen aangeplant en hebben ze een stukje, waar nu de heer Zwetsloot woont, de boerderij verhuurd.
Die familie had in Eindhoven een textielbedrijf, handdoeken en dat soort dingen. Toen de familie hier kwam, hier hadden ze hun buitenhuis waar ze bijna ieder weekend kwamen, hebben ze ook elektriciteit aangelegd. Dat moest ginder van de Heezerweg af komen en dan via de Vlaamse weg helemaal naar achteren.
Het was een gegoede familie en de mensen van de Vlaamse weg mochten voor niets aansluiten. Daar waren de mensen heel dankbaar voor en toen de familie zich daar in het weekend vestigden hebben ze een ereboog opgericht om hen welkom te heten.
De familie Elias was op tijd weg, die hadden het gevaar aan zien komen. Waarschijnlijk hadden ze informatie en zijn op tijd naar Amerika gegaan. Zoals je weet, werden de Joodse eigendommen door de Duitsers geconfisqueerd, waarna er een Duitse familie kwam te wonen.
Tegen het einde van de oorlog, een paar dagen voor dolle dinsdag zijn die ook op tijd gevlucht. Dat was de eerste dinsdag van september meen ik, of de tweede. De Duitsers hadden feitelijk ook de opdracht om, in het geval dat ze Joodse bezittingen moesten verlaten, die dan te vernietigen. Dat hebben die mensen keurig NIET gedaan en hebben alles laten staan.
Een dag later, of enkele dagen later is het zogenaamde Sterkselse-verzet, dat waren jongelui die toen de Duitsers al op de vlucht waren in het verzet zijn gegaan, zo dapper geweest om die prachtige villa in brand te steken, wat geen enkele nut had. Ik noem het opportunistische antihelden, want dat waren het min of meer. Verzetshelden na de oorlog.
Er is later ook nooit een onderzoek naar gedaan, wat ik erg jammer vind. Maar er zijn ook wel enkele verzetsmensen, onder andere de heer te Boekhorst, die naar ik achteraf begreep, vanaf het begin van de oorlog veel gedaan hebben voor onderduikers en Engelse militairen die als parachutisten gevallen waren.
Die man heeft in feite nooit het eremetaal gekregen wat hij verdiend
had. Ook daarna is hij daar niet mee naar buiten gekomen. Dat was geen man die tot de bourgeoisie behoorde. In Sterksel zaten veel onderduikers omdat het er wat het oorlogsgeweld betreft vrij rustig was en er waren contacten met mensen die daar aan meewerkten, dat was duidelijk. Het was een man die geen Engels sprak maar mogelijk wel contacten had, maar dat weet ik niet.
Dat heb ik later pas gehoord. Dat hij veel voor onderduikers deed was heel duidelijk. Een man met een groot gezin, een eenvoudige man en dan denk je achteraf, nou ja vooruit! Zo ging dat toen!
Ik herinner me nog, ik was een jongen van twaalf jaar, dat die zelfde mannen, die zogenaamde verzetshelden, ook de NSB-ers van Sterksel opgepakt. Wij stonden erbij en keken ernaar. Ze werden afgevoerd met een vrachtwagen. Op de Pandijk, wij noemden dat klein Duitsland, daar waren een stel boeren die lid waren van de Landstad en andere afdelingen van de NCB, of van de NCB zelf.
De Landstand was een organisatie waarvan de boeren verplicht lid moesten worden. De eerdere boerenorganisaties waren in 1941 geloof ik, opgeheven en in oktober is toen de Landstand gekomen.
De meeste boeren betaalden aanvankelijk de contributie niet, maar werden ertoe gedwongen. Die boertjes met grote gezinnen in moeilijke omstandigheden waren lid geworden, min of meer uit onwetendheid, met de hoop dat ze het beter zouden krijgen werden opgepakt en nog een paar echte NSB-ers uit Sterksel.
Ik had toen ik twaalf was eigenlijk al mededogen met die mensen. Er was een man bij wiens vrouw anderhalf jaar eerder was overleden bij de geboorte van een kind. Die vrouw was al ernstig ziek, die man werd opgepakt en weggevoerd.
Enkele boeren waren actief lid van de Landstand. Zij werden als pro Duits beschouwd en na de oorlog gestraft. Begrijpelijk, want er moest gerechtigheid komen.
Nou ja vooruit, dat is gebeurd! Daar heb ik me aan geërgerd. Die mensen hebben ook niet zo lang vast gezeten. Een maand of drie.
Ik meen dat de meesten voor Kerstmis '44 weer thuis waren, behalve diegene die echt lid waren geweest, de echte NSB-ers die daar echt voor hadden gekozen. In de tijd, zo net na de oorlog was het een beetje een ongeorganiseerde toestand.
De instituties functioneerden nog niet en dan krijg je toch een chaotische toestand. In sommige dorpen werden ook de meisjes die contact hadden met de Duitsers op een kar gezet en rondgereden. In Sterksel gebeurde dat niet.
Er was een meisje waarvan algemeen bekend was dat ze wel eens contact met de Duitsers had, maar ik zeg altijd, die werd geen haar op haar hooft gekrenkt, waarschijnlijk omdat ze van gegoede burgerij was. Dat maakte ook nog wel wat uit. Dat is mijn ergernis in veel opzichten geweest.
Wat mij ook heeft geërgerd, natuurlijk hebben wij na de oorlog een mooi kapelletje gekregen omdat in Sterksel in feite niets gebeurd is in de oorlog.
We hadden Henk van Rossum, 'n zoon van een protestantse boer, die woonde daar achter waar Henk Kerkers woont, die is een maand na de gebroeders de Koning opgepakt. Die gingen ze ophalen maar hij was niet thuis.
Hij was trouwens, een dag voordat de gebroeders de Koning opgepakt werden, getrouwd en hij woonde toen in Geldrop, maar was altijd een Sterkselse jongeman geweest.
De Duitsers kwamen bij zijn ouders om de jongen op te pakken. Tja, ze hadden de gebroeders de Koning zodanig onder druk gezet dat hij werd verraden. De jongen was niet thuis. De Duitsers zijn een paar keer aan de deur geweest en hebben toen gezegd: "Als hij zich niet vrijwillig meld, dan nemen we pa mee", en toen heeft hij zich, ik dacht een maand later, bij de Duitsers gemeld. hij is afgevoerd naar Dachau en men heeft nooit meer iets van hem gehoord.
Ze weten dat hij in Dachau zat, maar op het einde van de oorlog hebben de Duitsers hele concentratiekampen op transport gesteld, ergens anders naar toe, en is hij overleden.
Als ik dan het gedenkteken bij het kapelletje zie, dat geen enkele Sterkselnaar het leven heeft gelaten in de oorlog, dan denk ik: "Vooruit, die jongen telt niet mee"!
De gebroeders de Koning en daarna enkele anderen van de zelfde verzetsgroep zijn gearresteerd en zodanig onder druk gezet........, afijn, de methodes zijn bekend. Dat is dus een beetje mijn ergernis geweest.
Op andere plaatsen was het allemaal precies het zelfde, alleen was hier betrekkelijk weinig gebeurd.

Na de oorlog brak er in feite voor de boeren een vrij gunstige tijd aan. Er was behoefte aan alles en de productie kwam weer op gang. In de oorlog was kunstmest op de bon en nauwelijks aan te komen.
Het vee was ook gereduceerd tot heel weinig, want er moest op tijd een koe geleverd worden aan de Duitsers en al dat soort dingen meer. De productie kwam langzaam weer op gang onder andere door toedoen van de boerenorganisaties zoals de Boerenbond, die in Sterksel dacht ik, in 1928 is opgericht.
Dat waren allemaal lokale verenigingen. Aanvankelijk waren de boeren van Sterksel lid in Heeze, maar op initiatief van de pastoor is toen in 1928 een eigen organisatie opgericht, nee het zal iets later geweest zijn, maar dat is niet zo belangrijk.
In het eerste bestuur zat de oude heer Dirk Noordman, die toen op het villaatje "Laus Deo" woonde, en de heer Derks, en de heer ...... Het waren in elk geval mensen afkomstig uit vijf verschillende provincies,dat was het merkwaardige.
Die waren allemaal hier komen wonen. Er was een Brabander bij en een Hollander, en Derks was een Limburger. Er was van alles bij. Dat waren allemaal mensen met initiatief, die hier terecht gekomen waren. Sommigen, die wat geld hadden, hadden de mogelijkheid om hier te gaan boeren.
Nou, toen is de productie langzaam op gang gekomen, onder andere door toedoen van de boerenbonden en ook van de coöperaties. Wij waren hier in Sterksel lid van de coöperatieve melkfabriek Heeze-Leende. Wij waren lid van de CHV, De Coöperatieve Handelsvereniging.
Dat deden we allemaal samen met Heeze. Er zaten ook enkele Sterkselse bestuurders in. Verder gaf de Boerenbond cursussen, lezingen en er werden werkgroepen gevormd, er waren studieclubs over productiemethodes, nieuwe ontwikkelingen, bemesting en dat soort zaken.
Ook vaktechnische ondersteuning en informatie over ontwikkelingen. Ook wel op sociaal en kerkelijk vlak, ze bemoeiden zich in feite overal mee. Dat was in die tijd ook wel min of meer nodig. Waar zij zich nog meer mee bemoeiden was het onderhoud en de verbetering van de wegen, al dat soort dingen.
Ik heb zelfs een aantal jaren de bibliotheek gerund, ontstaan door samenwerking van de jonge boeren en de NCB. We hebben het dan niet over studieclubs, maar met de bibliotheek deden we ook aan cultuurbevordering.
De bibliotheek werd ook financieel ondersteund door de NCB. Het was een bibliotheek voor volwassenen en kinderen, de boeken waren bisschoppelijk goedgekeurd. Boeken dus die niet op de kerkelijke index stonden.
Eigenlijk waren er zelfs twee indexen, die van Rome en bovendien hadden de bisschoppen hier nog een eigen indexlijst, die zeker niet soepeler was dan die van Rome, eerder was het omgekeerde het geval.
Bijvoorbeeld de boeken van de schrijver James Joyce, die stonden op de index. Ook de boeken van die andere Engelse schrijver die over Vietnam heeft geschreven, Graham Greene, dat was een katholieke bekeerling, die stonden dus niet op die lijst.
Joyce was van oorsprong katholiek, maar deed er niets meer aan en leefde samen met een vriendin en dat was zo-ie-zo al gevaarlijk. Graham Greene had een verhouding met allerlei vrouwen, dat was schijnbaar katholiek. Ik vond dat wel leuk werk.
Op enig moment ben ik zelf in het bestuur van de Boerenbond terecht gekomen, dat moet in '68 geweest zijn denk ik. Derks was nog voorzitter, en een paar jaar later ben ik penningmeester en secretaris geworden. Dat ben ik 30 jaar geweest, dat is dus nogal wat. Direct na Derks, ik denk dat het in '70 is geweest, is Dirk Noordman voorzitter geworden.
Een van de merkwaardige dingen die we ooit meegemaakt hebben is: We kregen eens bezoek van een paar mensen van Rijkswaterstaat, zo heette het toen nog.
Een paar ingenieurs, dat moet eind '60 begin '70 geweest zijn.
De A67 moest namelijk een verbinding krijgen met Venlo en toen hadden die meneren uitgedokterd, die hadden al een heel plan, dat die weg over de Strabrechtse Heide gaan lopen.
Achter op het punt waar de Vlaamse weg en de Somerse weg elkaar kruisen zou hij richting Peelven gaan en dan verder richting Venlo.
Hij zou dan veel landbouwgebied, maar vooral ook het hele natuurgebied van de Strabrechtse Heide doorkruisen en ook door het gebied van het Peelven gaan.
Wij hebben daarop pogingen gedaan om de weg iets noordelijker te leggen, tegen het bos aan, of helemaal in het bos. Ze hebben drie keer contact met ons gehad en daarna was het afgelopen.
We hebben nooit meer iets gehoord, terwijl er aan dat plan al veel geld was uitgegeven. Ik denk dat de Strabrechtse Heide het struikelblok is geweest. Waarschijnlijk hebben ze toen de omweg via Asten-Someren gevonden.
Of dat al vanuit het opzicht van natuurbescherming was, dat weet ik niet. De weg die ze naderhand aangelegd hebben moet duurder geweest zijn dan de weg hier, maar ik neem aan dat het daar aan gelegen heeft.
Er zullen ongetwijfeld al werkgroepen en verenigingen voor de natuur actief geweest zijn. De Heidemij onder anderen en Staatsbosbeheer. Het waterschap en de boeren.
De boeren wilden wel een weg, maar niet door het boerengebied heen. Nou ja, ik heb dat werk heel lang gedaan. Wij hadden heel veel leden, ik denk dat aanvankelijk bijna alle boeren van Sterksel lid waren. Dat waren er toen nog zo'n 70 of 80, denk ik.
Als je dat vergelijkt met nu. Met de gemeentelijke herindeling zijn we gefuseerd met Heeze-Leende, toen is er een gemeentelijke Boerenbond gekomen. Dat heb ik nog mee georganiseerd. En hoeveel echte boeren zouden er nu nog op Sterksel zitten, niet zo heel veel, een paar grote bedrijven. Dat zijn de ontwikkelingen.
Van kleine boer tot grote boer. Van Campina moesten de boeren over op een melktank en later werd door minister Braks het melkquotum ingevoerd. Het melkquotum was een Europese maatregel en had zeker effect op de kleinere bedrijven, vooral als ze geen opvolger hadden.
Ik ben eigenlijk nooit een echte grote boer geweest, ik had vijfendertig melkkoeien, dat was toen al tamelijk klein, ik moest ook aan een melktank en dat heb ik ook gedaan.
Over korte tijd zal dat quotum eraf zijn. Veel boeren hebben al een groot stuk aan hun stal gebouwd om dan hun veestapel uit te kunnen breiden. Dus dat zijn ontwikkelingen die ik allemaal heb mee gemaakt.
Ik was geen grote boer omdat ik een aantal nevenactiviteiten had, mijn belangstelling ging verder dan alleen het boerenleven. Op een gegeven moment was het zo dat de situatie in Sterksel wat benauwd werd ten aanzien van de ontwikkeling.
Sterksel heeft zich altijd met politiek bezig gehouden.
Op zich waren dat allemaal mensen die bekwaam waren om dat te doen, maar in die periode was er weinig geld voor echte ontwikkelingen en mensen waren vaak ook beperkt in hun mogelijkheden. Weinig opleiding en er zijn natuurlijk tijden geweest dat men zei: "die mensen doen niet genoeg", maar achteraf vind ik dat heel begrijpelijk.
Als je kijkt naar de opleiding die ik heb gehad dan kun je dat niet vergelijken met toen. Weinig ontwikkeling en toch hun best doen om zaken goed te regelen.
Het was ook zo dat het Waterschap op Sterksel veel goed werk had gedaan en twee wegen had verhard, de Vlaamse weg en de Albertlaan en vervolgens is het hele wegenstelsel over gegaan naar de Gemeente, in de hoop dat die haar best zou doen om de rest verder te verharden.
Maar dat liep niet goed en bovendien was er een andere zaak waar we ons zorgen over maakten, dat was de ontwikkeling van Sterksel, met name de woningbouw, daar kwam niks bij.
Toen heeft het bestuur van de Boerenbond mij gevraagd te proberen om in de gemeenteraad te komen.
Ik was altijd al politiek geïnteresseerd geweest. Wij waren in Sterksel gewend dat we altijd een plaatselijke partij hadden, want landelijke partijen deden in die tijd nog niet mee in de dorpen.
In 1970 is het tot een scheuring gekomen die al vier jaar eerder was ingezet. Dat was het CDA, toen nog de KVP,, die deden toen niet mee.
Zo waren er twee partijtjes. Jan Polman was mijn lijsttrekker, ik stond op plaats twee. De andere lijst was Beenders, de heer Beenders. Ik ben in de raad gekomen en heb dat vierentwintig jaar gedaan. Mijn stelregel was indertijd dat als je iets geen vijfentwintig jaar wilt doen, dan moet je er in elk geval na vierentwintig jaar mee ophouden. In totaal ben ik zeven jaar wethouder geweest.
Wat toen vooral speelde was het wegenplan van Sterksel, dat hebben we binnen drie jaar tot stand gebracht. Ook wel omdat er wat meer geld ter beschikking kwam. Er werd gesubsidieerd door onder meer de Grondmij die geld had en er werden plannen gemaakt. Gelukkig is er toen verbetering gekomen van onder andere de Pandijk, maar ook het Peelven wat heel slecht was, de Stoeiing.
Een drietal of viertal wegen hebben wij toen kunnen verharden. Dat waren allemaal slechte wegen die in de winter wat werden bijgeschaafd en waar af en toe puin in werd gegooid, maar dat puin maakte de wegen in slechte perioden alleen maar nog slechter.
De partij maakte zich druk voor verbetering van de infrastructuur, als een van de belangrijke onderwerpen. De KVP deed nog niet mee aan de verkiezingen, dat waren allemaal nog plaatselijke partijtjes.
Maar ook de andere partij, van Beenders, streefde natuurlijk naar verbetering. Daarna kwam het volgende, dat was de woningbouw.
We hebben toen in Sterksel een paar stukken grond gekocht van de familie Reuten, waar nu de Schutboei is en een stuk Valentijn, en hebben dat tot ontwikkeling gebracht. Later kwam het oude kerkje aan de orde. De discussie daarover staat ook niet goed beschreven in het boek "Sterksel een zaligheid apart".
Daar zal ik vandaag eens iets van vertellen. Het was een klein kerkje, een zogenaamd zadel kerkje. De Gemeente had het kerkje gekocht, want dat hoorde bij het hele plan.
De agrarische grond van Reuten was nog niet duur en er waren veel belangstellenden in Sterksel voor een stukje grond.
Jongelui hadden al lang niet meer kunnen bouwen. Er waren wel wat huurwoningen , maar ook veel te weinig en toentertijd keek de Provincie nog nauwlettend toe of zo'n plan rendabel was. Het moest rendabel zijn, de grond mocht niet te duur zijn.
De Gemeente had het kerkje gekocht voor 180.000,- guldens, na een aanvankelijke vraagprijs van twee ton. Dus dat kerkje moest in het plan mee, anders was het onbetaalbaar.
Kijk, er was, een paar jaar tevoren een werkgroep gevormd volgens het boek, en die was er ook, maar ja ......... afijn.
De werkgroep had een streven en dat was het kerkje behouden. Ze hadden geen geld, dus wilden ze voor een symbolisch bedrag van een gulden dat kerkje, waaraan de Gemeente 180.000,- gulden had besteed.
Dan zou het bouwplan niet tot ontwikkeling kunnen komen. Het was onmogelijk dat die jongelui dan nog konden bouwen en wij hebben daar in de raad een paar keer over vergaderd, informatie ingewonnen, want die werkgroep zei, wij waren net van plan om dat kerkje in de monumentenzorg te krijgen.
Die werkgroep bestond zogenaamd al twee jaar, dat hadden ze dan al veel eerder moeten proberen.
Ik heb toen informatie gekregen dat er al drie van die kerkjes waren, minstens drie van dat soort kerken, zadelkerken met steunberen.
Een stond er in Gerwen, een in Deurne en een in Zevenbergen. De Sterkselse kerk had geen schijn van kans, althans volgens de informatie ik ingewonnen heb, om een monument te worden.
Het was een bouwval, de Boerenbond had er jaren in gezeten. Het was niet alleen die 180.000,- gulden, maar als ze daar een museumpje van wilde maken, een beetje een vaag plan, dan hadden er nog een paar ton bij gemoeten en dat zou nooit gekund hebben.
Ik herinner me, men geeft daar burgemeester van Greunsven de schuld van, die krijgt volledig de schuld. Men zegt: "Hij had nog beloofd dat..". We hebben er in de raad een paar keer over gesproken en die maandag dat het afgebroken is, dat was trouwens niet in het donker zoals dat boek suggereert, maar bij heel mooi weer, vroeg op de avond.
Heel Sterksel stond te kijken, dus was het niet bij nacht en ontij. De burgemeester belde mij op zondagavond op en vroeg mij wat doen we met dat kerkje en ik moet je heel eerlijk zeggen dat ik gezegd heb, "afbreken! Hij krijgt de schuld. Soms denk wel eens: "De herinnering aan iets is vaak mooier dan de aanwezigheid er van", want dat wordt geïdealiseerd.
Het had er waarschijnlijk nog gestaan en dan was het een bouwval geweest. Van Greunsven is tamelijk kort daarna weg gegaan, maar we hebben dat bouwplan kunnen realiseren.
Ongeveer in het zelfde jaar zijn we er aan begonnen en drie jaar later was het hele bouwplan al vol. Jongelui van Sterksel, toen ging het nog hard. Als warme broodjes en goedkope bouwgrond.
Wij hebben daarna een aantal zaken gedaan die ik mee heb aangekocht. Onder andere het plan, rechtdoor achter Valentijn, de Laathof en zo.
Die grond hebben wij aangekocht en daar is de ontwikkeling verder gegaan.

In 1974 hadden we weer een plaatselijke partij en zijn we met drie mensen in de raad gekomen, Lou Beenders, Jan Polman en ik als lijsttrekker. Vier jaar later gingen de landelijke partijen meedoen. De VVD had al in 1974 meegedaan.
Het net opgerichte CDA ging ook mee doen. Ik viel buiten de boot. Hoogst merkwaardig, ze vonden mij waarschijnlijk een beetje, laat ik het zo zeggen, een opposant en hebben toen iemand anders uit Sterksel genomen en hebben wij, de Boerenbond, een partijtje opgericht, met wat mensen waar ik contact mee had en die eerder ook op de Sterkselse lijst hadden gestaan.
We hadden bijna twee zetels. We hebben erg veel propaganda gemaakt maar helaas haalden we net geen twee zetels, maar ja, vier jaar later vroeg het CDA mij. Het was in feite een beetje van het een naar het ander. Ik was toen ook een tijdje geen lid van het CDA. Als jongere heb ik hier in Sterksel mee de Jongeren KVP opgericht en ook in Leende en nog een aantal dorpen. Ik was lid van de Jongeren KVP, niet van Brabant, maar van het bisdom den Bosch, heette dat toen nog. We hadden regelmatig vergaderingen in den Bosch. Ik had een goede vriend uit Eindhoven die daar een tijdje raadslid is geweest, die was voorzitter van de club. Maar op een gegeven moment heb ik het contact verbroken. Ik ben altijd tamelijk sociaalvoelend geweest. Na de nacht van Schmeltzer ben ik enige jaren geen lid meer geweest. Ik denk een jaar of zes. Die nacht van Schmeltzer was nou niet bepaald het sociale gezicht van de KVP. Dat is heel duidelijk. Het ging in elk geval over belastingen. Afijn, ik heb wel een paar jaar overwogen om mijn lidmaatschap maar op te zeggen, zeker toen ze samen gingen met Wilders. De tijd van de confessionele partijen is voorbij en ik heb mij in 1986 voorgenomen om het laatste politieke jaar in te gaan, althans als ik geen wethouder werd. Na de raadsverkiezingen werd een partijgenoot van mij wethouder. Na een jaar werd hij echter ziek en later heeft men mij gevraagd en heb ik het wethouderschap alsnog van hem overgenomen en ben ik het zeven jaar geweest. In 1994 was ik het moe. We hadden wel een aantal zaken tot stand gebracht en er was nogal wat oppositie, ook binnen mijn eigen partij en achteraf zeg ik, de zaken die ik gedaan heb waren best goed. Een aantal fietspaden aangelegd, ik heb mee het plan tot ontwikkeling gebracht waar nu het winkelcentrum in Maarheeze gevestigd is, dat soort zaken. Er waren zo diverse plannen. Voor het winkelcentrum hebben we heel veel moeite moeten doen. Aanvankelijk wilde de provincie niet meewerken. Ik ben verschillende keren op de Provincie geweest met een aantal ambtenaren. Er kwam oppositie vanuit de Partij van de Arbeid en de VVD. Die wilden namelijk de supermarkt, die gevestigd was waar nu het zorgcentrum staat, daar handhaven en de rest van het winkelcentrum vestigen voor op de Smits van Oyenlaan. Wij zeiden, dat moet je niet doen, dat is een slecht plan, we zijn nu zover dat al die winkels bij elkaar kunnen komen en eventueel, als er ooit een nieuw zorgcentrum moet komen of als er woningen bij het zorgcentrum moeten komen, dan kunnen die daar gebouwd worden. Ik vind dat ik vrij goed gefunctioneerd heb, maar na zeven jaar was ik er aan toe om er echt mee op te houden en dat heb ik ook gedaan. We hadden toen wat ruzie gekregen, onder andere om Molhout in Sterksel, dat was een heel slechte weg en de boeren in die omgeving wilden daar ook een soort recreatiepad van maken maar toen bleek het ook vervuild te zijn. De firma Reiling had daar wat steenslag, wat puinslag op gedaan en daarom kreeg de firma Reiling de schuld van de vervuiling. Maar het probleem was, als de weg slecht was, bepaalde bochten werden er helemaal uitgereden, dan werd daar puin gestort als er iets afgebroken werd. Ik ben er een keer geweest toen er heel duidelijk zichtbaar asbest lag. Van die golfplaten, dat was gewoon door de boeren gebeurd. Men vond een paar stukjes en dan kreeg Reiling de schuld. Een gedoe is dat geweest, ach, ach. Uiteindelijk is dat allemaal opgelost. Afijn, dat heb ik tot 1994 gedaan en toen was het mooi geweest. En de andere functies? De Boerenbond heb ik gedaan tot dat Heeze en Leende samen gingen. Wat heb ik nog meer gedaan? Ja, de KBO, daar ben ik deze maand tien jaar voorzitter van en dertien jaar bestuurslid. Dat is eigenlijk in strijd met de statuten. Volgens de statuten mocht je drie keer ..........., mocht je hooguit negen jaar zitten. Toen wij de statuten moesten maken hebben wij contact gezocht met den Bosch, dat was zo'n beetje de baas van Brabant en hebben wij gezegd dat wij in Sterksel maar weinig mensen hebben die het kunnen en willen doen en soms komen we mensen tekort om alle zaken te kunnen doen. Wij hebben daarom vrijstelling gekregen van die statuten en mogen we herkozen worden zolang wij willen. Dat moet natuurlijk ook weer niet te lang gaan worden en ik zeg altijd tegen mijn medebestuursleden, als ik een beetje begin te dementeren, dan moet je het wel zeggen. In 2009 hebben we feest gehad, vanwege het 50 jarig bestaan. In ' 59 opgericht, ja. En uit de KBO is weer de Soos ontstaan, dat is iets van eh... "Samen ontmoeten en Ontspannen" ja. Daar hebben wij een aantal zaken in ondergebracht. Waarom hebben wij dat gedaan? Omdat het subsidiebeleid in Heeze-Leende veranderde en de subsidie duidelijk minder werd hebben wij een aantal activiteiten bij die SOOS ondergebracht. zoals 'Samen Eten' en het kaarten, het bibliotheekje wat we nu nog hebben en nog maar een beetje functioneert door de bezuinigingen, maar ook door te weinig belangstelling, en nog een paar dingen. We hebben boeken zat, want veel particulieren brengen daar hun boeken. Een paar activiteiten lopen heel goed, dat kaarten gaat niet goed meer, maar bijvoorbeeld het samen eten, dat gaat heel goed. De laatste jaren hebben we zo'n 38-39 mensen gemiddeld op bezoek gehad die heel graag terug komen. wij hebben voor de Soos een aparte vereniging opgericht omdat je daarvoor een subsidie krijgt van 500 euro, dat is de enige reden, want anders hadden wij dat gewoon onderdeel laten blijven van de KBO. Nee, dat gaat heel goed, we doen dat nu elf jaar, dat gaat uitstekend. Die mensen komen altijd weer terug en kletsen gezellig samen. En verder mijn werk voor de KBO ja voorzitter. Wij doen een hoop dingen, iedere maand hebben we een bijeenkomst, in de zomer gaan ze fietsen. Soms ontspannen, soms functioneel, we gaan bij bedrijven kijken. Komend jaar gaan we 'n keer naar het kozijnen fabriek van van de Ven hebben we afgesproken, daar krijgen we een rondleiding en wat informatie. In Sterksel zijn we bij andere bedrijven geweest, die bloemen kweken, we zijn bij Jos Vos 'n keer naar de robot gaan kijken en we zijn naar het grote kippenbedrijf geweest en verder is het voornamelijk informatie over gezondheid, over voeding, over ja ......,dat soort zaken. Op een bepaald moment is Sterksel overgeheveld van Maarheeze naar Heeze-Leende. Dat is een keuze van Sterksel geweest. Wij waren voor aansluiting bij Heeze-Leende. Raadslid Lou Beenders vond van niet. Vanuit zijn persoonlijke situatie had hij er ergens wel gelijk in, want hij woonde op de grens van Maarheeze, en hij is ook Maarheezenaar gebleven, want ze hebben de grens iets verlegd. Organisatorisch en ook als je kijkt waar hij woont, dan is het begrijpelijk. Anders zou hij met zijn grond in twee gemeentes terecht gekomen zijn. Als Sterkselnaren is er toen een comité gevormd dat er naar streefde om Sterksel te laten kiezen. We hebben er toen uitgehouden dat we een stemming, een zogenaamd referendum, mochten houden en toen bleek dat 67% van Sterksel bij Heeze-Leende wilde, omdat we in de praktijk toch al voornamelijk op Heeze georiënteerd waren. Je kunt nog steeds zeggen dat het een goede keuze is geweest, alhoewel de gemeente Heeze-Leende niet gefunctioneerd heeft zoals we verwacht hadden. Er kwam al heel gauw een ontzettend geldgebrek, maar in Cranendonck gaat het niet veel beter. als we eerlijk zijn hadden we van de keuze voor Heeze-Leende wat meer verwacht. Er was ook nogal wat tegenstelling tussen de politieke partijen onderling. Een soort rivaliteit die alleen maar contraproductief gewerkt heeft, dat klopt. Die is er trouwens altijd geweest. Heeze heeft altijd geruzied, de zelfde gemeente als Nuenen, inderdaad ja. Ook altijd tegen het randje van de curatele. Heeze-Leende is precies het zelfde geweest. Het is nooit een echte eenheid geweest. tussen Heeze en Leende zaten natuurlijk ook onderlinge verschillen, maar dat maakt op zich niet zo veel uit. In Heeze praat men nu al 35 jaar over die zogenaamde randweg. Als men dat meteen goed aangepakt had dan was hij nu misschien niet meer goed genoeg meer geweest, maar die had dan allang verbeterd kunnen worden. Wanneer zal hij er komen? Sommige mensen zeggen, waarschijnlijk nooit. Het zal wel steeds moeilijker worden, want er komen ook steeds meer huizen in de buurt en dus wordt het steeds lastiger om hem te realiseren. Ik in het verleden wel vaak contact gehad met Heeze en daar zaten best wel een aantal goede bestuurders, maar de onenigheid binnen de gemeente was natuurlijk fataal.

Als een van de initiatief nemers voor de dorpswinkel heb ik de eerst twee vergaderingen belegd. Maar er waren mensen die voor de totstandkoming zeker beter geschikt waren, onder andere Rien Huismans. Dat is duidelijk, die kwam uit het zakenleven en Dirk Noordman, en nog een aantal. Je mag ze allemaal met naam noemen, Jos Vos en Theresia Eilers en onze penningmeester die we later aangetrokken hebben, van der Tocht, die op Molhout woont, een buitengewoon goede penningmeester. Ik ben daar heel blij om. Ik herinner mij goed, we hadden een bijeenkomst van het bestuur van de KBO. Dat was in het begin van 2002, het jaar dat de euro ingevoerd werd, 1 januari 2002, zoiets. Toen ging de winkel dicht, tot ieders verbazing. Er was niets van bekend, zomaar plotsklaps. Ik heb toen meteen contact opgenomen met Peter (te Boekhorst), maar die wilde geen gesprek. Wel heb ik contact gehad met zijn zus, die heeft mij in feite de reden verteld. Het liep al wat terug in die winkel en ze ondernamen ook te weinig initiatieven om de winkel rendabel te maken. Dat is natuurlijk jammer, en is het op een bepaald moment gewoon over. Ik zag het aankomen en dacht straks moeten al die ouderen naar Heeze, Leende of Maarheeze en die zijn lang niet allemaal mobiel op het moment. Er zijn veel ouderen die niet meer kunnen rijden. Ik zag het al aankomen en heb inderdaad de twee eerste vergaderingen belegd. Daarna hebben anderen het van mij overgenomen. Daar ben ik heel dankbaar voor. Wat wij bereikt hebben is bijna uniek. Een winkel die goed functioneert, wel veel vrijwilligers, maar het is bijna uniek. Er nog een plaatsje zag ik op TV, waar ze ook zo'n SPAR hebben. Daar werken ze met licht geestelijk gehandicapten. Ik ben er verschrikkelijk blij mee. Het is essentieel voor de leefbaarheid van het dorp om een winkel te hebben. Wij hebben enige moeite gedaan om de varkensruggen (betonblokken!) die daar lagen en waar verschillende ouderen over gevallen zijn, weg te krijgen of te veranderen. Ik weet dat het bestuur en de coöperatie ontzettend hun best hebben gedaan, maar ze kregen geen medewerking van WOCOM. Ze hebben toen zelf het initiatief maar genomen en de zaak veranderd. Dat is een hele verbetering hoor! Ik heb enkele oudere mensen gesproken waarvan iemand was gevallen en daarbij een pols had gebroken. die zeiden:"Wij gaan er nooit meer naartoe". Ik heb ze onlangs weer in de winkel gezien.

En dan over mijzelf; ik ben geboren in de crisisjaren, maar persoonlijk heb ik daar weinig van gemerkt. we hadden een klein boerenbedrijf en daar moest natuurlijk gewerkt worden, maar wij hebben allemaal wel de kans gekregen om een opleiding te volgen. Ik heb dan een duidelijke landbouw opleiding. ik heb wel de kans gekregen om een andere opleiding te volgen maar, ik zeg altijd, daar was ik te lui voor. Ik heb later nog een aantal cursussen gevolgd onder anderen de boeren leergangen, 's avonds en de middelbare agrarische school in Boxtel, dat was toen nog de Landbouw Winter School en verder ben ik altijd actief geweest in het verenigingsleven, dan blijf je op de hoogte. En ik heb altijd veel gelezen. De maatschappelijke bezigheden hebben toch met een stuk interesse te maken, met verantwoordelijkheid, maar vooral ook een stukje interesse. Om iets te doen voor andere mensen. En dan krijgen we steeds meer te maken met de EU. We kunnen dan wel zeggen we wonen in Sterksel, maar ook dat moet mee in de vaart der volken. Ik ben Europeaan, ik ben ook voor een federaal Europa. Sommigen zijn daar heel erg bang voor, maar die ontwikkeling gaat toch door, net zoals je de Verenigde Staten van Amerika hebt gekregen gaat de EU-ontwikkeling ook door. Die kan je wel proberen tegen te houden. Europa moet zich natuurlijk niet bemoeien met onzinnige dingen, met zaken die wij zelf beter kunne regelen. In Amerika was het wel een stuk makkelijker dan in Europa, met allemaal verschillende culturen, talen en monarchieën die al lang uit de tijd zijn. achterlijk en achterhaald noem ik het altijd. In Amerika zaten natuurlijk de indianen, dat was nog de beginfase, maar er was genoeg ruimte en mogelijkheden terwijl ze hier met allerlei oude instituties te maken hadden. Het zal nog wel heel lang duren eer je een Europa hebt, maar ik vind het op zich een goede ontwikkeling.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Historie van Sterksel
Hulpmiddelen