Floris van Dijk

Uit Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Floris van Dijk (door Sjef Driessens januari 2008)
Inleiding.
Floris van Dijk had een fruitboomgaard, naast ons, aan de Stoeing. Hij kwam uit Beesd , was getrouwd met van Mook en zij hadden geen kinderen.
Hij is nog tijdens de Maatschappij op Sterksel gekomen.
Hij heeft ook lang een kuiken broederij gehad welke hij aan Kemperman heeft overgedaan en welke naast hem kwam wonen in een houten huisje.
Floris was een echte verenigingsman en droeg aan allerlei activiteiten zijn steentje bij.
Floris verkocht zijn bedrijf aan Schrama en ging aan de Heezerweg bij de kerk wonen; uiteindelijk kwam hij in het bejaardenhuis in Maarheeze terecht.
Daar heb ik mijn oud-buurman opgezocht, ben met hem rond gereden en hij heeft mij zijn verhaal verteld.
We hebben ook de twee albums, van alle gezinnen van Sterksel, bij elkaar gebracht, vergeleken en geïnventariseerd.
Een album had hij zelf en was oorspronkelijk van pastoor Thijssen; dit heeft Floris bij de familie van pastoor Thijssen teruggevraagd nadat deze overleden was.
Dit album had hij toegezegd aan de zoon van Henk Loeff om voor de gemeenschap bewaard te blijven.
Toen pastoor Verhoeven op Sterksel kwam is er voor hem nog een tweede album gemaakt, dit album was bij Riek Eichorn in Weert en ligt nu op de pastorie in Sterksel. Toen Floris aan de Heezerweg woonde had hij de glasnegatieven nog doch bij de verhuizing naar het bejaardenhuis is er een neefje van hem gekomen en heeft alles opgeruimd.

De komst op Sterksel.
Corvage was een bevriend onderwijzer en zijn zoon woonde bij de familie van Luitelaar in Gestel. Die kwam een keer bij ons, want hij had zusters wonen in Kuilenburg,
en toen werd er gesproken over van alles en nog wat. En omdat ik nooit zin had voor de boerderij thuis, kwamen we aan het praten om een bedrijfje te beginnen in kruidenierswaren.
Dat omdat hij bij van Luitelaar woonde en dacht dat ik hun bedrijf wel zou kunnen overnemen.
Nou, toen is er verschillende keren over gepraat en heeft even geduurd maar ben uiteindelijk bij de familie terechtgekomen.
En zo als gezegd hadden zij een winkel maar zij grossierden ook. Zij hadden drie, vier verschillende winkels en dan ging ik, in die tijd had ik al een motorfiets en die was dan van de firma, de winkels af.
In Heeze hadden wij er een, in Leende een en een in Valkenswaard.
En zo reisde ik voor de firma en ging ik verkopen en opschrijven wat die winkels allemaal moesten hebben. En dat werd dan door een voerman met paard en wagen op een keer rond gebracht.
Daarbij ben ik ook verschillende keren meegegaan. Op den duur beviel het me daar niet en ben ik nog een blauwe maandag bij Philips in de zaak geweest.
Aan de Frederiklaan in Strijp, de latere Etos, ben ik een maand of drie geweest.
Mijn zuster, die met mij mee gekomen was, is in een hoedenmodiste zaak gaan werken ook in Eindhoven. En in die hoedenzaak kwam destijds mevrouw Hegener; Hegener was een compagnon van Vullings in Heeze.
En zo ben ik via die modiste zaak met Hegener in contact gekomen.
Bij hem zou ik op een zondag avond moeten komen, doch toen gebeurde er een vreselijk ongeluk. Die zoon van Corvage had een motorfiets en daarmee zou hij van Gestel naar Kuilenburg, naar zijn zusters rijden.
Die is toen onderweg tegen een boom gereden en was dood. Ik kreeg bericht van de politie of hij bij van de Luitelaar woonde en ik moest hem identificeren.
Zodoende ben ik die dag niet naar Hegener gegaan en mijn zuster belde me toen waarom ik niet gekomen was.
Het ongeluk had mij nogal aangepakt en ik ben de volgende dag naar Hegener gegaan.
We hebben toen een en ander besproken, ben aangenomen en in Heeze terecht gekomen.
Toen is een van de heren Vullings, want zij waren met drieën, met mij door Heeze gaan wandelen om een kosthuis te zoeken.
We waren in de Kapelstraat al op een paar plaatsen geweest; want die wisten wel mensen waar ze een kostganger namen.
Uiteindelijk kwamen we terecht bij Willem van de Berg op Ginderover. Maar Willem was vlees weg brengen naar Sterksel en het vrouwtje wilde mij op haar eigen houtje niet aannemen.
Doch toen Willem thuis kwam werd ik direct aangenomen en bij een slager was het geen slecht kosthuis.
Bij Vullings zaten we met een man of vier op kantoor; ik heb er zo wat drie jaar de boekhouding gedaan.
We hebben eerst wel een half tot driekwart jaar achter in een schuurtje gezeten en dat was niet zo plezierig.
Ik heb het bouwen van het grote kantoorgebouw helemaal zien gebeuren. Daarin werden drie kantoren gemaakt, een voor de heren en een voor ons.
Daar hebben we altijd gezellig gezeten; want je zat langs de straat en zag natuurlijk alles wat voorbij kwam.
Van de Berg ging dus ook vlees verkopen op Sterksel en op een goeie keer kwam hij thuis en toen zei hij:
‘Nou heb ik een mooi gedoetje voor jou.’ Ik zeg: oh ja?’ ‘Ja, dat is toch zo een mooi ding.’
‘Ja, waar is dat dan?’ Dat was dus op Sterksel. ‘Dan zullen we zondag maar eens gaan kijken.’
We zijn ’s zondags met de fiets naar Sterksel gegaan en hebben het zaakje eens bekeken.
We konden erin, dat wil zeggen dat toen we daar aankwamen het een verwaarloosd huis was. Je kon er zo maar binnen lopen, de deuren hingen er slapjes bij en er woonde niemand meer in.
De firma waarvan het was had het verhuurd gehad aan mensen die het niet zo nauw namen.
Die hebben er veel van geprofiteerd, veel van de materialen die er waren verkocht en de opbrengst in eigen zak gestoken.
Ik ben toen eerst naar Eindhoven gegaan om het te huren, nee dat deden ze niet meer, daar hadden ze hun buik van vol.
‘Nou dan moet je maar eens vertellen wat het moet kosten?’ Ik weet het nog zo goed.
‘Voor tienduizend gulden mag je het hebben.’ ‘Dat is toch wel een beetje veul, he.’
‘Ja, zegt ie, ga het nog maar eens bekijken en als je er zin in hebt, dan praten we wel weer verder.’Akkoord.
Ik ben toen naar ons thuis gegaan en tegen mijn vader gezegd: zus en zo is die zaak. Ja jongen, zegt ie, nou ben je eerst uit de modder gekropen en nou kruip je er weer in.
Ja, je kunt nooit van tevoren zeggen wat je wel en wat je niet doet.
Dus ze zijn mee gaan kijken, een broer van mijn vader is ook mee gegaan; het stond hen goed aan en we hebben het gekocht.
Een beetje minder ben ik het zelf in Rotterdam wezen kopen bij de gebroeders Berrevoets.
Ik heb toen mijn ontslag genomen bij Vullings; ik heb nog een mooi bewijs van goed gedrag gekregen en dat heb ik toevallig dezer dagen nog eens ingezien.
Toen ben ik inderdaad nog wel eens een keer op kantoor geweest omdat ik een machientje had uitgeprakkiseerd wat ze daar goed konden gebruiken.
Vullings had een bandweverij en veters en zo en ze hadden geen goede methode om dat vlug op te kunnen bergen.
Ik heb toen dat machientje geprakkiseerd en dat vonden de heren wel leuk; ik ben er naderhand nooit meer geweest.
Mijn nieuwe home was zes en een kwart hectare groot; waarvan een hectare fruit.
Als dat er niet was geweest was ik er nooit gekomen, dat fruit heeft me hierheen gehaald.
We hadden thuis ook boomgaard en ik had altijd in het fruit gezeten wat naar Geldermalsen ging.
Die ene hectare had waarschijnlijk zijn oorsprong in het feit dat de ‘Maatschappij de Heerlijkheid Sterksel’een hectare grond schonk aan het bestuurslid of
aandeelhouder welke in Sterksel een huis bouwde. Berrevoets zat in het bestuur.

In de schuur lagen verschillende stapels plat glas, vijfhonderd ramen en dat is een hele oppervlakte.
In de eerste plaats hebben we dat allemaal gebruikt; dubbele bakken gemaakt, zo tegen elkaar aan.
Ze hebben hier gelegen, ze hebben daar gelegen maar op den duur heb ik ze verkocht. In het voorjaar werden er meestal sla en worteltjes onder geteeld; maar sla was toch wel de hoofdzaak.
Naderhand ging er dan nog andijvie onder. Met wat we hier teelden gingen we met paard en wagen elke dinsdag naar de markt in Eindhoven.
Dat was toch een heel werk; we moesten ’s avonds van tevoren dat
allemaal klaarmaken. Als ik dat nu bekijk hebben we er heel wat werk aan gehad, maar ja, hier aan de mensen kon je bijna niets verkopen.
Wel ging ik een keer in de week met mijn wagentje, met perd ervur, het dorp rond voor die enkele mensen die hier woonden.
En als je dan voor een tientje verkocht had, dan moest je hartstikke blij zijn.
Ja, toen was er ook geen geld en wij hadden het ook niet.

Je moest wel een klein beetje handel drijven anders had je zelf niets te eten. Toen ik daar kwam was er een hectare fruit die we zachtjes uitgebreid hebben.
Daar stonden appels en peren en, langs het weggetje tussen mij en de boomgaard van pastoor Thijssen, een rij hoge pruimenbomen.
Daar zal Reine Victorie wel bij geweest zijn. Bij de appels op de eerste plaats Goudrenetten en ook Yellow Transparant.
Alles was eigenlijk een beetje door mekaar aangelegd en dat was vervelend bij het plukken, want je moest dan van hot naar haar.
Maar het was nu eenmaal zo en als er bomen dood gingen dan plantten we er nieuwe die wel bij elkaar pasten, doch op den duur is het een tuin gebleven waar alles door mekaar stond.
In de stukken die ik zelf naderhand aangeplant heb bleven bepaalde soorten bij elkaar of werden althans in rijen gezet.

In het begin had ik weiland voor het paard en we hebben zelfs drie koeien gehad.
Dat kwam door mijn vrouw; zij was boerin en kon goed melken.
Zij wilde een stuk of drie koeien hebben en dat was mij goed. Zij ging die zelf melken en heeft ook een tijdje kaas gemaakt.
Van huis uit kon ze dat allemaal, ze kwam uit dezelfde gemeente als waar ik geboren ben, namelijk Rumpt.
Ik had haar leren kennen toen ik al een tijdje op Sterksel zat. We hebben ook kippen en ganzen gehad. Op een nacht is er een hond gekomen en de ganzen waren, toen die hond er achter zat, overal heen gevlogen en ook terecht gekomen
in de buurt van Oudenrijn die achter mij woonde. Ik was op zoek gegaan en wij konden de dooie ganzen toch niet helemaal achter elkaar opeten.
Toen zeg ik tegen Oudenrijn: ‘Wil je er ook een hebben?’ ‘Nee, dank je buurman, ik eet altijd maar koude tafel.’ Dat zijn zo van die dingen die je nooit vergeet.


De grote lui in Eindhoven kenden kapuinen; hoe ik eraan gekomen ben weet ik niet meer. Ik ging naar die lui er verkocht ze grif. Kapuinen zijn gecastreerde hanen en dat castreren heb ik van pastoor Thijssen geleerd. Pastoor Thijssen was toch een sterk mens; als ge zagt als die een gat aan het maken was om een nieuwe boom te planten, dan ging het erop.
We zaten met de tuin naast elkaar en we hadden alle twee belang bij de waterhuishouding in verband met de grote sloot.
Daar bij het laatste stuk bij van Hienen had ik een buis onder de weg door gelegd.
En daar had ik een kraan op staan en kon er water trekken uit de grote sloot bij mij in de tuin en de tuin helemaal rond.
Dat was voor de tuin erg belangrijk anders werd het veel te droog.

Het uitbroeden van kuikens heb ik ook nog gedaan, in het begin als het ware in grote platte kisten van 2 meter lang en breed.
Door de eieren met een petroleumkachel precies op temperatuur te houden had je na drie weken een partij kuikens.
Naderhand heb ik twee broedcentrales gehad, grote kasten zo hoog als een kleerkast en hoeveel eieren er wel niet in gingen weet ik niet meer.
De eieren zaten daar in een grote trommel die rond draaide. Later heeft Kemperman die kasten van mij gekocht en is ermee doorgegaan.
Kemperman had geschreven op een advertentie van mij waarbij ik een knecht zocht. Ik had toen een motorfiets en ben er naar toe gereden om kennis te maken.
En ik weet het nog goed dat mevrouw Kemperman daar buiten stond en een kleine op de arm had. En zodoende is Kemperman naar Sterksel gekomen.

Toen Sterksel verkocht is heeft mijn schoonvader vijftien hectare land gekocht in het Peelven en dat hebben we toen een jaar of vijf, zes beboerd en er vee geweid.
Naderhand is dat land verkocht aan Geelen toen die de boerderij van Elias kocht.
Pietje Boman woonde daar ook in de bossen en was opzichter bij Elias. Elias had daar toen een hele partij grond liggen; bossen en ook gewone grond.

Ik heb ook mede de Boerenbond opgericht en later is ook zo de Boerenleenbank ontstaan. De mensen die op de bedrijven zaten hadden natuurlijk ook geld nodig en zo is de Boerenleenbank er gekomen.
De Boerenleenbank is opgericht in het achterste klaslokaal van de school in een vergadering met een aantal mensen.
De Boerenleenbank is ook wel ontstaan omdat de boeren van Sterksel bij de Boerenleenbank in Heeze geen geld konden krijgen. In het begin ben ik in Heeze lid geweest met nog een paar meer uit Sterksel.
Een enkeling, die bang was dat de mensen hier iets van zijn kapitaal afwisten, is later bij Heeze gebleven.
Men is, toen we van plan waren hier een Boerenleenbank op te richten, nog wel bij mij gekomen en men keerde zich af doch het is toch door gegaan.

Ik heb ook in het bestuur van de Eierenvereniging gezeten, samen met Loeff. We waren lid van de Roermondse Eiermijn, en ben verschillende keren met Loeff daar naar een vergadering geweest.
Ik heb er nog een bord van en Loeff heeft er ook zo een, omdat we zo lang daaraan gewerkt hebben.
Bij Loeff werden de eieren ingepakt en door een vrachtrijder uit Leende opgehaald.
In het bestuur van de C.H.V. Heeze – Sterksel heb ik ook nog gezeten.


De albums. Toen pastoor Thijssen destijds van Sterksel af moest, zal ik maar zeggen, toen ging hij verhuizen naar Bergharen.
Toen hebben wij gezegd, wat zullen wij nu eigenlijk geven, waar zullen we hem een plezier mee kunnen doen?
Daar werd over geprakkizeerd en daar werd over gesproken.
Toen zijn we tot de conclusie gekomen als we nu van alle huishoudens van Sterksel eens een foto maakten en daarvan een album; dat zou misschien wel aardig zijn. En zodoende is dat gebeurd en we zijn begonnen met overal bij de mensen aan huis een foto te maken.
Ik heb de foto’s niet alleen gemaakt, een zoon van Vos de Wael heeft er ook een partij gemaakt.
Broeder Smijers, koster op Providentia, heeft aan het album mee geholpen; hij heeft de tekeningen gemaakt en de teksten ingeschreven.
De grote foto’s heb ik allemaal gemaakt; ik had toen een mooi toestel.
Het was een toestel waar achterin , met cassettes, glazen platen werden gezet. De afdrukken waren even groot als het negatief.
We hadden iemand in Eindhoven die de platen ontwikkelde en er afdrukken van maakte.
Die foto’s maken kon eigenlijk alleen maar ’s zondags, dan waren de mensen aangekleed en kregen we een fatsoenlijke foto.
Je kon door de week de mensen niet zeggen nu moet je je eigen op zijn ’s zondags aankleden en ze waren ook niet thuis, ze waren naar hun werk.
Dus daarover hebben we een hele tijd gedaan, daar zijn we wel een paar maanden mee bezig geweest.
Nou toen het zover klaar was, toen hebben we de album op unne goeie keer naar Bergharen gebracht.
De jongens van Lien Boerenkamp, die ook voor andere mensen chauffeerden , hebben ons ernaar toe gereden.
Daar waren toen bij; Schilleman, broeder Smijers, Vos de Wael en Floor van Dijk.
Alle huishoudens van Sterksel hebben toen voor hun zelf ook een foto gekregen.
Toen pastoor Thijssen dood was kwam, op een zondagmiddag, een van zijn neven mij de album brengen.
Hij zei wij hebben er niks aan in de familie en jullie hebben die foto´s gemaakt en het is maar het beste dat jij die bewaart.
Ik ben daar altijd blij mee geweest.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Historie van Sterksel
Hulpmiddelen