Home > Nieuws > Rapport Brabantse Milieufederatie
Mee doen?
 
Vul uw gegevens hieronder in om onze nieuwsbrief te ontvangen!
Volg ons op Facebook!
 

Rapport Brabantse Milieufederatie

 
 
Rapport Brabantse Milieufederatie
 
Geschreven door Dorpsraad Sterksel   
vrijdag, 20 november 2020 10:26

Waar komen de volgende mestfabrieken? Een actuele vraag. Minister Carola Schouten (Landbouw) wil dat straks alle varkensmest naar mestfabrieken wordt afgevoerd.
Gemeenten die nu nog geen mestfabriek hebben, moeten op hun hoede zijn voor de potentiële problemen die ze met de komst van een nieuwe mestfabriek hun dorpen en steden binnenhalen.



Door Femke Dingemans, directeur Brabant
se Milieufederatie. 
Dit opiniestuk is eerder verschenen in
Eindhovens Dagblad.

De plannen van de minister leiden tot de bouw van meer mestfabrieken in Nederland. De provincie Noord-Brabant en gemeenten in Brabant zijn al bezig met het faciliteren van de bouw van nieuwe mestfabrieken en zoeken naar geschikte locaties.

Is dat wel zo?

De gemeenten hebben daarbij de wens uitgesproken om niet alleen te kijken naar industrieterreinen, maar ook naar locaties in het buitengebied. Er wordt in dit locatiebeleid mestverwerking geen minimumafstand gegarandeerd tussen woningen en mestfabrieken, omdat de nieuwe mestfabrieken ‘nagenoeg emissieloos en de risico’s zeer gering’ zouden zijn. Maar is dat wel zo?

De Brabantse Milieufederatie heeft in een enquête omwonenden van huidige mestfabrieken gevraagd naar hun ervaringen met mestfabrieken in hun omgeving. Uit het onderzoek komen veel klachten over ernstige stankoverlast naar voren.

Misselijkmakend

De stank wordt omschreven als een ‘misselijkmakende, weeïge geur’. Anderen beschrijven dat zij vanwege de stank hun ramen en deuren zoveel mogelijk gesloten houden, de was niet meer buiten laten drogen, en niet meer met plezier in de tuin kunnen zitten. Sommige respondenten beschrijven gezondheidsklachten als misselijkheid, hoofdpijn, keelpijn, vermoeidheid, rode ogen en ademhalingsproblemen.

Uit de vergunningen van de overlastgevende mestfabrieken blijkt dat daar ook van tevoren door de overheid was gesteld dat deze nagenoeg emissieloos zouden zijn en geen overlast zouden veroorzaken.

Ondanks deze beloftes van de overheid dat er geen overlast zou worden veroorzaakt, blijkt er dus wel degelijk sprake te zijn van structureel ernstige (stank)overlast. Vervolgens kost het omwonenden jaren aan klachten indienen en andere pogingen om deze overlast opgelost te krijgen. Als dit überhaupt lukt.

Frustratie en stress

Het aankaarten van de overlast leidt soms zelfs tot ontwrichting van lokale gemeenschappen en tot negatieve persoonlijke gevolgen voor deze omwonenden als dit hun door een deel van hun (agrarische) gemeenschap niet in dank wordt afgenomen. De overlast leidt volgens de respondenten tot frustratie, stress, verbittering en wantrouwen richting een overheid die hen hierin onvoldoende beschermt.

De BMF ziet krimp van de veestapel en daarmee afname van de overproductie aan mest als meest effectieve oplossing voor het mestprobleem. Dan zijn er geen mestfabrieken meer nodig. Ook vermindert het de prikkel om mestfraude te plegen, zo schrijft Rob de Rijck (landelijk coördinerend Officier van Justitie voor milieu) van het Openbaar Ministerie recent in een brief aan de Tweede Kamer.

Voldoende afstand

Onze oproep aan gemeenten is dan ook: Als mestfabrieken er toch komen, bouw ze dan op plaatsen waar fabrieken thuishoren, namelijk industrieterreinen. Garandeer daarbij uit voorzorg dat er voldoende afstand is tussen de locatie en woningen, tussen de 500 en 1000 meter, afhankelijk van de omvang van de mestfabriek. Op die manier kunnen overlast, gezondheidsrisico’s en de maatschappelijke gevolgen daarvan beter worden voorkomen. Want óók inwoners die – vaak al generaties lang – in het landelijk gebied wonen, hebben recht op bescherming van hun gezondheid, woongenot en leefomgeving.

 

Lees verder: Rapport Brabantse Milieufederatie